Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een gestructureerde en evidence-based vorm van psychotherapie die zich richt op het begrijpen en beïnvloeden van disfunctionele gedachten, emoties en gedragingen die psychische klachten veroorzaken en in stand houden. Binnen CGT wordt uitgegaan van het idee dat klachten voortkomen uit leerervaringen en zich manifesteren in samenhangende cognitieve, emotionele en gedragsmatige patronen, die door middel van gerichte interventies veranderbaar zijn.
CGT kent een helder behandelproces dat bestaat uit diagnostiek, casusconceptualisatie, indicatiestelling, interventie, evaluatie en terugvalpreventie. In de diagnostische fase wordt gewerkt met onder meer de Holistische Theorie en Functie- en Betekenisanalyse (FABA), waarbij het diagnostische proces van DSM-5-stoornissen wordt gebruikt als classificerend kader. Deze analyses vormen de basis voor een onderbouwd behandelplan, waarin protocollaire richtlijnen worden afgestemd op de individuele cliënt.
De Basiscursus CGT (100 uur) combineert het werken met eigen cliëntcasuïstiek met persoonlijke gedragsmodificatie, zodat cursisten CGT zowel professioneel als ervaringsgericht leren toepassen. Diverse cognitief-gedragstherapeutische interventies komen aan bod, waaronder cognitieve technieken, gedragsexperimenten, exposure (in vivo, imaginair en interoceptief), gedragsactivatie en exposure met responspreventie (ERP). Daarnaast is er structureel aandacht voor de therapeutische relatie, motivatie, weerstand en interactionele processen, evenals voor ontwikkelingen binnen de derde generatie gedragstherapie, geïntegreerd binnen een cognitief-gedragstherapeutisch kader.
De effectiviteit van cognitieve gedragstherapie is uitgebreid onderzocht bij uiteenlopende klachtgebieden, waaronder angststoornissen, depressieve stoornissen, obsessieve-compulsieve stoornis (OCS), posttraumatische stressstoornis (PTSS) en stressgerelateerde problematiek. Om die reden neemt CGT een centrale plaats in binnen Nederlandse multidisciplinaire richtlijnen en de dagelijkse klinische praktijk.
Theorie en praktijk zijn in de cursus nauw met elkaar verweven. Via rollenspellen, vaardigheidstraining, intervisie en praktijkgerichte oefeningen worden theoretische concepten actief vertaald naar de behandelkamer. Hierdoor ontwikkelen cursisten zich tot behandelaren die CGT methodisch, kritisch en verantwoord kunnen inzetten binnen hun eigen werksetting.